De stille dief Jeugdroman, gebonden boek 160 pag, 10+ Tekst en idee: Rian Visser
Illustraties: Fréderiek Westerweel
Uitgeverij Clavis
ISBN 9789044808629 Jaar 2008
Een avontuurlijk verhaal over verdwijningen, vakantie, vliegeren ... en doof zijn. Voor lezers vanaf 10 jaar.
Elke zomer logeren Lars en zijn tweelingbroer Wouter bij hun grootouders op De Deining, een vakantiepark in de duinen. Dit jaar zijn er minder vakantiegangers dan ooit, maar toch wordt het een drukke zomer. Is oma echt zo vergeetachtig, of is er een andere verklaring voor de verdwenen spullen? Waarom duiken vermiste bezittingen op vreemde plekken weer op? Lars, die meestal Stille genoemd wordt omdat hij doof is en liever niet praat, gaat op onderzoek uit. Hij krijgt hulp van een meisje dat veel weet van codes en vliegers.
Een avontuurlijk verhaal over verdwijningen, vakantie, vliegeren ... en doof zijn. Voor lezers vanaf 10 jaar. Pdf aanbieding
Villa Life, 9 maart 2008, Interview over De stille dief
LEZERS OVER DIT BOEK:
‘Ik vond het boek heel leuk en veel dingen in het boek kloppen ook. Wanneer komt het vervolg?’ (Niels, 10 jaar en slechthorend)
‘Ik vond het een leuk boek omdat het spannend is. Het is heel goed gedaan met de gebarentaal en doofheid.’
(Louis, 10 jaar en tweelingbroer van Niels)
EEN VOORPROEFJE UIT DE STILLE DIEF
De man grijnst en schudt onze handen. ‘Ik heet Joop.’
‘Wouter,’ zegt Spoetnik.
Ik knik. Meestal vertelt mijn broer ook hoe ik heet.
‘Kun jij niet praten?’ De man knipoogt naar mij. Hij denkt natuurlijk dat ik verlegen ben. Spoetnik zal hem wel uitleggen dat ik Lars heet, doof ben, best
kan praten, maar het niet zo graag doe. Maar mijn broer zegt niets.
‘Ik ben doof,’ mompel ik en voel me een debiel. Waarom helpt mijn broer me niet?
‘O, wat erg! Heb je dat al lang?’
‘Toen hij een kleuter was heeft hij klei in zijn oren gestopt,’ zegt Spoetnik.
Ik grinnik. Het leuke van mijn broer is dat hij zomaar tegen vreemden grapjes durft te maken.
Joop weet duidelijk niet wat hij ervan moet denken.
‘Mijn broer is Europees kampioen liplezen,’ verzint Spoetnik. ‘U kunt gewoon tegen hem praten. Hij kan in vijf talen liplezen en werkt nu aan zijn Chinees.’
Joop kijkt naar mij. ‘Ik heet Joop!’ schreeuwt hij, terwijl hij zijn mond beweegt als een naar adem happende vis en een vinger in zijn borst prikt. Zijn stem is citroengeel. Op het eerste gezicht vrolijk, maar eigenlijk nogal zuur.
Ik verwacht dat Spoetnik hem zal uitleggen dat schreeuwen geen zin heeft. Dat ik dat toch niet kan horen en dat hij het mij alleen maar moeilijker maakt om te kunnen liplezen. Maar Spoetnik zegt niets.
‘Ik heet Lars,’ antwoord ik. Zo was het wel weer genoeg.