|
Doremi 14, 2005 Een bijzonder lieveheersbeestje In de jasmijnboom woont een rood lieveheersbeestje dat Lieve heet. Lieve eet de bladluizen op, zodat die niet aan de bladeren van haar mooie boom kunnen knagen. Ze zit net te eten als kever, de postbode, komt aanvliegen. ‘Goedemorgen Lieve, een brief.’ Beste Lieve, ‘Wat fijn!’ roept Lieve. ‘Mijn vriendje Heers is zo’n knap en aardig lieveheersbeestje. Wil je even wachten, postbode? Dan schrijf ik meteen een briefje terug.’ Beste Heers, Ze stopt het blaadje in de envelop en geeft het aan de postbode mee. Lieve is er zenuwachtig van. Wat zal ze aantrekken? Een geel-zwart-gestreept truitje met een zwart rokje? Nee, dan lijkt ze net een bij. Lieve past al haar kleren. Eigenlijk staat niets zo mooi als haar eigen rode schild met zwarte stippen. Maar dat draagt ze ieder dag al. Nu ga ik iets bijzonders koken, denkt Lieve. Ze pakt haar Groot kookboek voor lieveheersbeestjes en bladert door de recepten. Met een zucht klapt ze het kookboek dicht. Er staan alleen maar gerechten in met luizen, want dát eten alle lieveheersbeestjes. Maar voor Heers wil ze iets bijzonders maken, zodat hij haar een bijzonder lieveheersbeestje zal vinden. Plotseling heeft Lieve een idee. Er groeien aardbeien in de tuin. Ze ziet er wel eens kinderen van eten. Snel gaat Lieve er een paar plukken. Ze gebruikt het recept voor luizentaart, maar in plaats van luizen neemt ze aardbeitjes. Bah, wat plakken die aardbeien aan haar pootjes, denkt Lieve. En ze ruiken zo raar. Ze wordt er misselijk van. Zal ze snel een paar luizen eten? Maar stel je voor dat Heers komt en haar, net als een gewoon lieveheersbeestje, luizen ziet eten. Dus eet Lieve niets. Ze bakt de taart en daarna is ze zo moe dat ze een dutje gaat doen. Lieve wordt wakker van het geknaag van bladluizen, die de bladeren van haar mooie boom kapotknagen. Gelukkig hebben ze niet van de aardbeientaart gesnoept. Lieve trekt haar jurk recht en dan ziet ze ineens dat er een geel lieveheersbeestje in de boom zit. Meteen voelt ze kriebels in haar buikje. Wat is Heers knap in zijn prachtige gele schild. ‘Dag Lieve,’ zegt Heers en geeft haar een paar rode rozenblaadjes. ‘Alsjeblieft. Je kunt ze gebruiken om erop te zitten.’ Lieve is zo zenuwachtig dat de theepot in haar dunne pootjes trilt. Snel trekt Lieve haar jurk uit en gooit de aardbeientaart naar beneden. Even later hebben ze alle luizen uit de boom gegeten. |
|