Doremi  14, 2005
Tekst: Rian Visser

Een bijzonder lieveheersbeestje

In de jasmijnboom woont een rood lieveheersbeestje dat Lieve heet. Lieve eet de bladluizen op, zodat die niet aan de bladeren van haar mooie boom kunnen knagen. Ze zit net te eten als kever, de postbode, komt aanvliegen.
‘Ik hoop dat hij iets voor mij heeft,’ denkt Lieve. ‘Post krijgen is leuk.’
Kever landt in de boom en haalt een geel envelopje met zwarte stippen uit zijn schoudertas.

‘Goedemorgen Lieve, een brief.’
‘Dank je wel.’ Opgewonden pakt Lieve het envelopje aan en haalt er een groen blaadje uit. Ze leest:

Beste Lieve,
ik wil graag op bezoek komen
om je iets belangrijks te vragen.
Stuur maar een briefje terug.
Groetjes van Heers.

‘Wat fijn!’ roept Lieve. ‘Mijn vriendje Heers is zo’n knap en aardig lieveheersbeestje. Wil je even wachten, postbode? Dan schrijf ik meteen een briefje terug.’
Snel pakt Lieve een pen en een rood envelopje met zwarte stippen. Ze plukt een wit bloemblaadje van de jasmijn en schijft:

Beste Heers,
ik vind het heel fijn dat je komt.
Ik zal iets lekkers voor je koken,
Groetjes van Lieve.

Ze stopt het blaadje in de envelop en geeft het aan de postbode mee.
‘Krijgt Heers mijn brief vandaag nog?’
‘Ik ga het meteen brengen,’ belooft Kever en vliegt weg.

Lieve is er zenuwachtig van. Wat zal ze aantrekken? Een geel-zwart-gestreept truitje met een zwart rokje? Nee, dan lijkt ze net een bij. Lieve past al haar kleren. Eigenlijk staat niets zo mooi als haar eigen rode schild met zwarte stippen. Maar dat draagt ze ieder dag al.
Ze kiest een jurk met streepjes. Daar zal Heers zeker van opkijken.

Nu ga ik iets bijzonders koken, denkt Lieve. Ze pakt haar Groot kookboek voor lieveheersbeestjes en bladert door de recepten.
Gevulde luizenkoek
Luizentaart met noten
Luizensoep
Luizenpuree
Nee, dat is allemaal zo gewoon, denkt Lieve. Ze eet iedere dag al luizen. Ongeduldig bladert ze verder. Luizenpudding, pannenkoek met luizen, gebakken luizen, gekookte luizen.

Met een zucht klapt ze het kookboek dicht. Er staan alleen maar gerechten in met luizen, want dát eten alle lieveheersbeestjes. Maar voor Heers wil ze iets bijzonders maken, zodat hij haar een bijzonder lieveheersbeestje zal vinden.

Plotseling heeft Lieve een idee. Er groeien aardbeien in de tuin. Ze ziet er wel eens kinderen van eten. Snel gaat Lieve er een paar plukken. Ze gebruikt het recept voor luizentaart, maar in plaats van luizen neemt ze aardbeitjes.

Bah, wat plakken die aardbeien aan haar pootjes, denkt Lieve. En ze ruiken zo raar. Ze wordt er misselijk van. Zal ze snel een paar luizen eten? Maar stel je voor dat Heers komt en haar, net als een gewoon lieveheersbeestje, luizen ziet eten. Dus eet Lieve niets. Ze bakt de taart en daarna is ze zo moe dat ze een dutje gaat doen.

Lieve wordt wakker van het geknaag van bladluizen, die de bladeren van haar mooie boom kapotknagen. Gelukkig hebben ze niet van de aardbeientaart gesnoept. Lieve trekt haar jurk recht en dan ziet ze ineens dat er een geel lieveheersbeestje in de boom zit. Meteen voelt ze kriebels in haar buikje. Wat is Heers knap in zijn prachtige gele schild.

‘Dag Lieve,’ zegt Heers en geeft haar een paar rode rozenblaadjes. ‘Alsjeblieft. Je kunt ze gebruiken om erop te zitten.’
‘Dankjewel,’ zegt Lieve verlegen.’
‘Rood past mooi bij je schild,’ zegt Heers. ‘Maar ik wist niet dat jij jurken draagt. Dat vind ik helemaal niet bij je passen.’
Lieve bloost. ‘Wil je thee?’
‘Graag,’ zegt Heers.

Lieve is zo zenuwachtig dat de theepot in haar dunne pootjes trilt.
‘Wat een prachtige boom is dit,’ zegt Heers. ‘Alleen jammer dat die luizen de blaadjes kapotknagen. Zal ik er een paar opeten?’
‘Ik heb eigenlijk aardbeientaart gemaakt,’ zegt Lieve. Ze snijdt voor allebei een punt af.
Voorzichtig neemt Heers een hapje. Bah, wat vies. ‘Ik wist niet dat je van dit soort eten houdt.’
Lieve neemt ook een hapje. Ze vindt het vreselijk vies, maar dat durft ze niet te zeggen.
Dan staat Heers op. ‘Ik moet weer eens gaan,’ zegt hij.
‘Oh,’ zegt Lieve teleurgesteld . ‘Ik dacht dat je iets belangrijks wilde vragen?’
Heers knikt. ‘Ik wilde je vragen met me te trouwen. Maar ik wist niet dat je jurken droeg en aardbeien at. Je bent een heel bijzonder lieveheersbeestje: veel te bijzonder voor mij.’

Snel trekt Lieve haar jurk uit en gooit de aardbeientaart naar beneden.
‘En nu? Hoe vindt je me nu?’
‘Je bent prachtig,’ zegt Heers.
‘Zullen we luizen eten?’ vraagt Lieve.
‘Ja,’ lacht Heers. ‘Daar heb ik trek in!’

Even later hebben ze alle luizen uit de boom gegeten.
 ‘Eh, Lieve,’ zegt Heers, ‘je hebt nog geen antwoord gegeven.’
‘Waarop?’ vraagt Lieve.
‘Wil je met me trouwen?’ vraagt Heers.
 ‘Ja!’ zegt Lieve en ze geeft Heers een dikke kus.
Heers wordt er rood van. Bijna net zo rood als Lieve.
‘Je bent een bijzonder lief lieveheersbeestje,’ zegt hij.