Ze had al dagen niet gedronken – een kort verhaal

Share

Vorig jaar schreef ik een kort verhaal over een stervende vrouw, die tot ieders verbazing doorleeft en zelfs een terugkerende levenslust krijgt. De aanleiding was mijn verbazing over ouderen die verzorgingstehuizen moesten verlaten om weer zelfstandig te gaan wonen. Er werd een appartement voor hen ingericht. Ze konden weer gaan koken en met wat thuiszorg zichzelf redden. Maar die mensen worden toch gewoon ouder? Hoelang duurt het voordat ze opnieuw in een zorgcentrum terecht komen? Denken de beleidsmakers soms dat oude mensen jonger kunnen worden?

Hieronder het verhaal.

Ze had al dagen niet gedronken

2004
‘Vandaag is ze niet meer bij kennis geweest,’ fluisterde de verpleegster. Ik nam plaats op de stoel naast het bed. De zitting voelde nog warm. Uit de radio tinkelde klassieke muziek. Met een vochtig washandje depte ik oma’s lippen en vroeg: ‘Hoe is het?’
Ze opende haar ogen. Was het een reflex of herkende ze mijn stem?
‘Duurt lang,’ mompelde haar ingevallen mond. Twee woorden, negen letters, dacht ik onwillekeurig. Vierennegentig jaar.
Haar gebit dobberde in een glas op het nachtkastje. Het lichaam was uiteindelijk niet meer dan een tube vol botjes tussen twee gerimpelde uiteinden. Je kon het ontluisterend vinden, maar ook mooi. In tegenstelling tot haar kinderen had ik er geen afkeer van om haar op het toilet te helpen. Wanneer een verpleegster oma waste, hielp ik met draaien en keren. Ik was vierentwintig jaar. Thuis verschoonde ik een baby en in het verzorgingshuis mijn oma.
‘Denkt u dat u opa weer gaat zien?’
Haar ogen flikkerden op, terwijl ze fel met haar hoofd schudde. ‘Ik hoop het niet.’
Ik glimlachte. ‘Laat u weten hoe het daar is?’
Ze knikte. Als het lukte een boodschap te sturen, zou ze het doen. Spiritisme was in onze familie niet vreemd.
Het lange wachten maakte me kalm. Wachten op de dood is anders dan wachten in een rij voor een kassa. Het lichaam van een stervende veroorzaakt een draaikolk, waarin de aandacht zich naar binnen richt. De buitenwereld verdwijnt of verliest alle betekenis. Hetzelfde had ik trouwens ervaren bij de geboorte van mijn dochter. Ik draaide de radio uit en mediteerde naast haar bed.
Helaas vroeg de wereld ook aandacht en dwong me te eten, te slapen en afspraken na te komen. In die periodes had ik heimwee naar de kamer, waarin mijn oma onrustig lag te schokken.

Zo verliepen er een paar dagen.
Ik verschoonde net mijn dochtertje, toen de verpleegster belde. Het is zover, dacht ik.
De verpleegster klonk echter opgewekt. ‘Ze knapt weer op. U kunt vandaag wel overslaan.’
Ik ging toch. Het was een wonder. Mijn oma had haar gebit in en dronk kleine slokjes bouillon. Ze zat op haar stoel, de telefoon met de grote druktoetsen binnen handbereik.
Het was lastig wat ik moest zeggen. Was ze verdrietig dat het sterven mislukt was? Daar liet ze er niets van merken. Met de rollator schuifelde ze naar het toilet.
Ze vroeg hoe het met haar eerste achterkleinkind ging. Kon mijn dochtertje al kruipen? Ik beloofde om de baby de volgende keer weer mee te nemen.
Hoe blij ik ook was met deze omwenteling, op weg naar huis overviel me een gevoel van teleurstelling, waarover ik me licht schuldig voelde. Waarschijnlijk had ze een tijdelijke opleving. Dat gebeurde soms. Binnenkort zou ik een telefoontje krijgen dat ze in haar slaap was overleden. Zo ging dat. Het was fijn dat ik deze dagen nog met mijn oma beleefd had.

2014
Met mijn kinderen zocht ik tussen de roze, paars en wit geverfde krulletjes tot we een gezicht vonden dat we herkenden.
Mijn oma zat met een groepje medebewoners in de recreatieruimte, waar ze met een speltherapeut haar geheugen trainde. Ze haalde herinneringen op, werd voorgelezen uit de krant en speelde Rummikub.
‘U bent de kinderboekenschrijfster,’ zei de therapeute vriendelijk. Mijn oma had blijkbaar over mij verteld.
Het programma werd omgegooid. Ik zou voor de hele groep een kleuterverhaal voorlezen uit mijn nieuwste kinderboek.
Bij de meeste ouderen was moeilijk uit hun mimiek en gehum op te maken of ze het verhaal begrepen en ervan genoten, maar de therapeute knikte me vriendelijk toe en stelde een paar geïnteresseerde vragen. Oma betastte het dichtgeslagen bundeltje. ‘Het is wel dun. Willen mensen daar wel geld aan uitgeven?’
Ze had gelijk. Mijn uitgever had besloten om in elke deel twaalf voorleesverhalen te plaatsen. Mensen betaalden ongeveer twaalf euro per boek, omgerekend één euro per verhaal. De verkoop ging moeizaam. Oude en dwazen spreken de waarheid.
‘Ik vind het prachtig hoor,’ zei de therapeute.
Na afloop gingen we naar haar kamer. Voor de televisie stond een hometrainer. Dat was nog een hele geschiedenis. Oma had er vroeger een gehad. Toen ze naar het zorgcentrum moest was deze door mijn broer ergens opgeslagen. Ze gaf hem de opdracht het ding terug te brengen. Hij had het echter verkocht en moest hij een nieuwe voor haar kopen. Ze fietste erop met een breiwerkje onder haar oksels, terwijl ze op de televisie de actualiteit volgde. Ledigheid is des duivels oorkussen.

2024
Mijn vader, haar oudste zoon, overleed en niet veel later stierf ook een van mijn tantes. Een kind begraven is het ergste wat er is. Oma droeg deze verliezen echter zo moedig, dat er bijna schande van gesproken werd. Ze was naar de kapper geweest – een betere dan die uit het verzorgingstehuis – en haar haren waren zwart geverfd. Ze was levenslustig en strijdbaar. De hometrainer had ze vervangen door een elektrische fiets. Je moet met je tijd meegaan, vond ze. Nog liever wilde ze een scooter, maar dat had ik haar uit het hoofd gepraat.
Het verzorgingshuis moest vanwege regeringsbeleid alle bewoners laten testen of ze nog zelfstandig konden wonen. Oma scoorde positief.
Ik regelde een appartement voor haar in de hoofdstad. Daar had ze altijd al eens willen wonen. Er werden nieuwe meubels gekocht. Ze maakten grapjes over de erfenis, waarvan op deze manier voor haar nog levende dochter en vijftal kleinkinderen niet veel overbleef.
Oma deed haar eigen was, kookte en was het middelpunt van onze familiefeesten. De kleinkinderen logeerde graag een nachtje in haar appartement, zodat ze na het stappen niet nog met de trein naar huis hoefden. Ik bezocht haar vaak als ik voor mijn werk in de hoofdstad moest zijn.

2034
Oma was officieel de oudste bewoner ter wereld en daardoor een bekende Nederlander. Voor de media maakte ze af en toe tijd, maar van dokters en medische wetenschappers moest ze niks hebben. Op de vraag ‘Hoe oud voelt u zich?’ antwoordde ze zonder aarzelen: ‘Ik voel me vierenzestig en ik word elk jaar jonger.’
‘Bent u niet eenzaam?’ was een veel gestelde vraag. Zoals bekend verliezen ouderen steeds meer naasten: eerst hun ouders, later hun leeftijdsgenoten, broers, zusters, vrienden en bekenden en nog later degenen die na hen geboren zijn. Al oma’s kinderen waren overleden.
Oma motto was: ‘Je moet je blijven openstellen en nieuwe uitdagingen aangaan. Eenzaam ben je als je het vermogen verloren hebt om contact te maken.’
Regelmatig ging met een groepsreis mee en maakte nieuwe vrienden. Ze begon zelfs een relatie met een man van begin zestig. Wanneer je ze bij elkaar zag, zou je niet kunnen zeggen wie de oudste was.
Ik was inmiddels vierenvijftig jaar. Mijn kinderen waren het huis uit en ik had wat meer tijd voor mezelf en voor oma. Nu al haar kinderen gestorven waren, voelde ik me als oudste kleinkind het meest verantwoordelijk.
Helaas gingen de jaren tellen. Ik was in de overgang en kreeg ik gewrichtsklachten. Mijn krakende knieën zorgden ervoor dat ik moest stoppen met tennissen. In plaats daarvan ging ik fietsen. Omdat ik geen zin had in lange tochten door weer en wind, leende ik mijn oma’s hometrainer. Op het stuur monteerde ik mijn toetsenbord, zodat ik tegelijkertijd kon werken en fietsen. Ledigheid is des duivels oorkussen.

2044
Oma brak met haar minnaar. Hij werd te oud, kreeg last van incontinentie en erectiestoornissen. Soms wilde hij nog even bij haar friemelen, vertelde ze, maar daar moest ze niks van hebben. Ze voelde zich steeds jonger en kon wel betere mannen krijgen.
In die jaren ontstonden er wat wrijvingen. Na al die jaren mijn best te hebben gedaan om voor haar te zorgen, viel het nu ineens niet mee om een afspraak te maken. Oma beweerde in de overgang te zijn en had nogal last van stemmingswisselingen. Daarnaast was ze zelden thuis. Ze wilde ook altijd wat doen. We gingen samen naar een museum of maakten een lange wandeling. Ze reed weer auto en haalde mij dan op om in een of ander godverlaten natuurpark herten, vossen en roofvogels te spotten. Behalve mijn knieën, wilde ook mijn rug niet meer. De sauna was volgens oma goed om de spieren te ontspannen, maar ik schaamde me voor mijn oude lijf. Op de yoga groep, waar ze me mee naartoe nam, dachten mensen dat wij zusters waren. Ze schatten haar op vierenvijftig; ik was inmiddels vierenzestig.

2054
Ik was jaloers. Het had even geduurd, zo’n twintig jaar nu ik erop terugkeek. Grote levensvragen hebben de neiging zich niet in een paar jaar te laten oplossen. Mijn man had me verlaten voor een jongere vrouw en ik voelde me eenzaam. Mijn kinderen gingen liever met oma op stap dan dat ze bij mij op bezoek kwamen.
Oma gedroeg zich als mijn dochters beste vriendin. Nu kon ik haar dat niet kwalijk nemen. Het was inmiddels overduidelijk niet spreekwoordelijk bedoeld, toen ze na haar mislukte sterfbed beweerde dat ze zich elk jaar jonger voelde. Officieel zou ze dit jaar honderdvierenveertig worden. Telde je vanaf het sterfbed terug, dan was ze vierenveertig; een paar jaar ouder dan mijn oudste dochter.
Omdat ze opnieuw was gaan menstrueren had ik haar moeten waarschuwen dat ze weer zwanger kon worden. Een baby die mijn oom of tante en zou worden, leek mij geen goed idee. Veel verantwoordelijkheid kwam al op mijn schouders terecht.
Oma’s spaargeld was al jaren op en haar pensioen bleek bij lange niet toereikend voor alles wat ze wilde ondernemen. Ik had haar jarenlang ondersteund, maar moest nu zelf van een pensioen rondkomen.
Oma was echter fit genoeg om te werken en ik raadde haar aan om net als vroeger een baan in het onderwijs te zoeken. Ze dácht er niet over. De kinderen van nu waren te brutaal en te dom; zij voelde zich niet geroepen om haar energie daarin te stoppen. Zichzelf te laten omscholen vond ze ook onzinnig. Ze wist genoeg en bovendien was ze veel te eigenwijs om iets van een ander aan te nemen. Het beste beroep voor iemand zoals zij, leek haar dat van schrijver. Ze kocht een laptop en begon met het schrijven van korte verhalen.
Mij had ze uitverkoren om te proeflezen, omdat ik, zoals ze een beetje laatdunkend opmerkte, kinderboekjes schreef. Volwassen literatuur had natuurlijk een heel andere status. Ze schreef niet slecht en eerlijk gezegd had ik er wel plezier in om met haar over haar verhalen te discussiëren. Ze kon mijn kritiek goed incasseren, zodat ik mijn woorden nooit voorzichtig hoefde te kiezen. De eerste bundel die uitkwam zou slechts drie korte verhalen bevatten. Ik hield het manuscript in mijn handen en zei: ‘Het is wel wat dun. Denkt u dat de mensen hiervoor geld willen betalen? Had u niet beter met een dikker boek kunnen debuteren?’
‘Misschien,’ zei ze welwillend. ‘De tijd zal het leren.’
En dat deed de tijd. De boeken gingen als warme broodjes over de toonbank. Bij wijze van spreken. De vergelijking met broodjes vond ze echter vreselijk ouderwets. ‘Wanneer je een broodje eet is het op. Een boek kan door oneindig veel mensen gelezen worden en blijft hetzelfde boek. Een boek moet daarom geen ding zijn, maar het idee.’
Daaruit vloeide voort dat oma geen papieren boeken wilde maken. Haar verhalen verschenen uitsluitend als gratis e-boeken.
Waar ze dan van leefde? Mensen hadden er veel geld voor over om met haar te mogen praten en om naar haar te mogen kijken. Ze liet zich betalen voor interviews, optredens en voor het geven van advies. Meer nog dan een schrijver was mijn oma een fenomeen. Ik redigeerde haar teksten voor niets, dankbaar en vol bewondering dat ik dat mocht doen.

2064
Er waren al een paar jaar geen nieuwe kinderboeken van mij verschenen. Als ik sporadisch nog een interview gaf, was het meestal omdat men mij vragen wilde stellen over oma.
Zij had inmiddels een legendarische leeftijd bereikt, maar gedroeg zich als een vierendertigjarige; in strakke jurkjes, omringd door knappe jonge mannen, flaneerde ze op hoge hakken over de beeldbuis. Wandelen in de natuur deed ze allang niet meer en zelfs voor schrijven had ze weinig tijd. Ze holde van feest naar feest en van televisieoptreden naar televisieoptreden en scheen zich weinig om haar toekomst te bekommeren.
Ik vond haar eerlijk gezegd een beetje egoïstisch. Ze had nauwelijks tijd om bij mij op bezoek te komen en ik kwam op eigen kracht niet meer de deur uit. Mijn dochter was afgelopen jaar omgekomen bij een verkeersongeluk. Dat was een klap die ik niet te boven zou komen. Je kind verliezen is het ergste wat er is. Mijn ex-man was inmiddels ook overleden. Ik was vierentachtig en vond het genoeg geweest. Niet dat ik zo wanhopig was, dat ik voor een trein zou springen. Ik was altijd een evenwichtige persoon geweest en wilde anderen niet tot last zijn. Bovendien had ik nog een zoon en er waren een paar kleinkinderen. Ik had echter weinig meer van het leven te verwachten en als ik op een nacht niet meer wakker zou worden zou het niet erg zijn. Het was genoeg geweest.

2074
Wachten op de dood duurt soms lang. Ik was nu vierennegentig en een paar dagen geleden had ik besloten te stoppen met eten en drinken.
Liggend in bed stelde ik me mijn lijf voor als een bad dat langzaam leegloopt. Het wachten was op iemand die de stop eruit trok, zodat het laatste restje energie als een draaikolk uit mij kon wegstromen.
Er werd goed voor me gezorgd. Vaak zat er iemand aan mijn bed, maar ik kon geen namen meer onthouden en hield me meestal slapende.
Onverwacht herkende ik een bekende stem en opende mijn ogen.
Mijn oma maakte mijn lippen nat met een washandje. Het was een lieve meid, getalenteerd, soms een beetje direct, maar met een warme persoonlijkheid. We hadden een bijzondere band met elkaar. Altijd al gehad.
Ze was één van de weinigen die met mij over mijn dood durfde te praten. ‘Straks ben je er niet meer,’ zei ze. ‘Laat je mij weten weten hoe het is aan de andere kant?’
Ik knikte.
Ze bevochtigde mijn lippen.
Ze zat daar nu al uren. Dat maakte haar niet uit, zei ze. Ze kwam in deze kamer tot rust en had tijd om na te denken.
‘Denk je dat je je dochter terug zal zien?’ vroeg ze.
Ik probeerde nog uit te leggen dat ik niet in een leven na de dood geloofde, maar ik denk niet dat ik nog verstaanbaar was.
‘Stil maar’ zei ze.
Daarna keken we elkaar alleen nog maar aan. Soms glimlachte ze en dan verschenen er kuiltjes in haar wangen. Ik viel in slaap en toen ik wakker werd was ze weg.

2084
Tien jaar geleden is mijn kleindochter gestorven. Ik herinner me niet zoveel van haar. Ze heeft een serie kinderboeken achtergelaten, waarin ik af en toe lees, maar eigenlijk zijn ze te kinderachtig voor mij.
Ik wil later ook schrijver worden, maar dan van echte boeken: over de liefde, de dood en dat soort dingen. Ik schrijf al af en toe een verhaal. Erg irritant: als ik het aan mensen laat lezen, beginnen ze over mijn kleindochter. Of ik haar talent geërfd heb? Heus niet. Ik was er eerder. Ik zie er misschien uit als een veertienjarige, maar soms denk ik dat ik wel honderdvierentachtig jaar ben, of zoiets. Misschien omdat ik zo wijs ben. Haha.

2094
Mijn lievelingsdier is een konijn. Mijn lievelingskleur is paars. Ik wil later paars haar. Hoe oud ik nu ben? Vier vingers. Of ik ergens bang voor ben? Voor het bad. Wacht, oma! Nog niet de stop eruit trekken!

Geef een reactie