Vijf vragen aan illustrator Mark Janssen

Share

In deze serie stel ikMark Janssen elke maand vijf vragen aan een illustrator met wie ik samen een boek gemaakt heb. Mark Janssen is een veelzijdige illustrator. Je herkent zijn tekeningen meteen aan de bijzondere kleuren en de krachtige composities, maar toch verandert zijn stijl voortdurend.

Mark en ik hebben samen verschillende boeken gemaakt. Twee daarvan hebben onlangs een gewijzigde herdruk gehad: Daans reis om de wereld en Het lettercircus. Van beide boeken is ook een iPad app beschikbaar.
In het samenleesboek Daans reis om de wereld leest het kind de helft van de tekst en de rest is te beluisteren. Zelf lezen en luisteren wisselt elkaar af. Dit boek verscheen eerder als Het geheim van juf Petra.
Het lettercircus bevat 30 voorleesverhalen over letters is onlangs volledig vernieuwd en aangevuld met extra verhalen over de tweetekenklanken. Mark Janssen maakte hiervoor nieuwe tekeningen en ook de cover is vernieuwd.
Het monster in de spiegel is een zoeklicht-boekje, speciaal voor kinderen die moeite hebben met lezen, maar wel een spannend verhaal willen.

Ik vind het heel erg prettig om met Mark te werken en dit interview is een mooie kans om eens lekker nieuwsgierig te zijn.

Daans reis om de wereld    Het lettercircus   Het monster in de spiegel

INTERVIEW

Vraag 1: ‘Wat voor opleiding heb je gedaan?’

mijnvrienddesjeik‘Na mijn VWO-diploma ben ik naar de kunstacademie gegaan in Maastricht. In eerste instantie om grafische vormgeving te studeren. Ik ontmoette er mijn vrouw Suzanne Diederen, die van de mode-opleiding switchte naar de grafische richting om kinderboekillustrator te worden. Door haar voorbeeld raakte ik gefascineerd door kinderboektekeningen: fantasievolle beelden maken, maar lekker toegepast, binnen een kader en met een verhaal als handleiding.
In het examenjaar besloot ik er honderd procent voor te gaan om als kinderboekillustrator te slagen. Veel tekenen en oefenen en ik bezocht met medestudenten de ateliers van Philip Hopman, Alex de Wolf en consorten in Amsterdam. Bewonderend keken we naar de rekken vol kleurrijk geïllustreerde boeken en daarna reisden we geïnspireerd weer met de trein terug. Nog in datzelfde jaar werd ik door uitgeverij Lemniscaat gevraagd een mini-prentenboekje te illustreren. Dat werd mijn eerste kinderboek Mijn vriend de sjeik van de Zweedse schrijver Ulf Stark.’

Vraag 2: ‘Werken Suzanne en jij wel eens samen? Beoordelen jullie elkaars werk? En hebben de kinderen jullie talent geërfd?’

‘Nee, we werken niet samen. We hebben totaal verschillende stijlen, dat maakt het misschien wel zo fijn. Ik kan niet maken wat zij maakt en andersom geldt dat ook. Ons atelier is in twee gedeeld. Niet omdat ik haar niet graag zie, maar we vinden het heerlijk om ieder aan eigen projecten bezig te zijn. Daarbij hoort onze eigen rommel, onze eigen muzieksmaak en ons eigen tempo. Wel hebben we maar één grote kist met verf. Deze wordt heen en weer gesleept als dat nodig is.
Op momenten dat het tekenen wat moeizamer gaat, beoordelen we zeker elkaars werk. Een frisse kijk op een stroef beeld geeft al snel lucht en nieuwe inzichten om het werk te verbeteren. We buurten dus lekker bij elkaar en de één brengt de ander een kop koffie op momenten dat er keihard gewerkt wordt. Als steuntje in de rug.
Nog een reden om niet samen aan een illustratie te werken; we willen ten allen tijden een ’Ingrid en Dieter Schubert’-vergelijking voorkomen. We zijn unieke illustratoren met een heel eigen stijl en gezicht. Wat misschien wel zou kunnen in de toekomst is dat Suzanne een verhaal illustreert dat ik geschreven heb. Maar er zijn altijd duizend-en-één andere dingen te doen, waardoor het telkens naar voren wordt geschoven.

We hebben samen een zoon en een dochter. Alhoewel ze allebei heel creatief zijn, rolt zoon Gilles nu (4 gym) richting een technische studie. Dochter Sophie van 11 is heel breed in haar creativiteit. Ze tekent enorm knap, schrijft verhalen en wil later acteren, dansen en zingen. In het geval er boeken van haar gaan verschijnen, mag ik die gaan illustreren!’

De bende van Adlan, Margaretha van Andel, Kluitman.
De bende van Adlan, Margaretha van Andel, uitgeverij Kluitman.

Vraag 3: ‘Wie of wat zijn je inspiratiebronnen?’

‘Ik heb niet zo veel inspiratiebronnen voor wat betreft mijn illustratiewerk. Eigenlijk probeer ik vooral niét teveel naar anderen te kijken; dat zit me alleen maar in de weg. Er zit een perfectionist in mij, die ervoor zorgt dat ik dan in andermans werk dingen zie, die ik nog niet in mijn eigen werk tegenkom. Dat geeft mij het gevoel dat mijn werk op dit moment beter of anders zou moeten zijn, terwijl dat natuurlijk niet zo is. Ik maak op dit moment dingen die in mijn perceptie helemaal goed zijn. Als er in een tekening iets gebeurt, wat me niet bevalt, verbeter ik dat natuurlijk. Mijn visie daarop kan later wél weer anders zijn!
Als het goed is, komt een illustratie of kunstwerk uit het diepste van de maker. Het is geen trucje dat je leent. Helaas zie ik dat sommige illustratoren in Nederland een stijl hebben die gebaseerd is op het werk van anderen, van buitenlandse illustratoren die hier niet bekend zijn of van oudere illustratoren. Dat is jammer, maar als men blij is dat die stijl er is, als er boeken mee worden uitgegeven en verkocht, dan zal het wel okee zijn?

Wat ik prachtig vind om mee te maken, is dat er een ontwikkeling in mijn werk zit die geheel natuurlijk verloopt. Ik laat dat gewoon gebeuren en forceer daar niets in. Het gaat in kleine stapjes met veranderingen die daarna ook volledig in mijn vingers zitten. Ik laat geen uitgeverijen schrikken met totaal nieuwe vondsten out of the blue.’

Rover en Broertje, Karine Bloks-Jekel, Van Holkema en Warendorf
Rover en Broertje, Karine Bloks-Jekel, uitgeverij Van Holkema en Warendorf

Rover en broertje

Vraag 4: ‘Wat zijn volgens jou belangrijke eigenschappen voor een illustrator?’

‘Eigenheid in stijl en plezier hebben in je werk zijn heel belangrijk. Dat is een gouden combinatie. Die lading zit in een tekening als je eraan werkt en wordt ook zo ervaren door de lezer. Een leuke discussie daarbij is altijd of je voor het kind of voor de ouders moet illustreren?’

Ella wil verliefd zijn, Valerie Eyckmans, Abimo
Ella wil verliefd zijn, Valerie Eyckmans, uitgeverij Abimo

Vraag 5: ‘Je maakt vaak selfies tijdens het wielrennen, maar nooit tijdens het tekenen. Waarop ben je trotser? En welke prestatie zou je heel graag nog eens leveren?’

selfie Mark Janssen‘Haha! Wat een leuke vraag. Het zijn voor mij echt twee aparte werelden, die elkaar in balans houden en complementeren. Urenlang stilzitten op een stoeltje versus de actie op een zadel. Het cocoonen in mijn atelier versus de open lucht in de Ardennen of op een Italiaanse berg. In beide werelden vind ik het heerlijk om uitdagingen aan te gaan en niet snel op te geven. Het zal wel een karaktertrek zijn, want soms is het simpeler en beter om een stapje minder te doen. In mijn illustratiewerk komt dat tot uiting doordat ik het fijn vind om heel veel soorten verhalen te verbeelden. Ik zal niet snel zeggen dat ik een job niet kan doen, omdat het niet bij me past. Daardoor maak ik zowel prentenboekjes voor kleuters, spannende covers voor elfjarigen en alles wat daar tussen in zit.

Als ik een selfie maak tijdens het fietsen, doe ik dat waarschijnlijk omdat ik me op dat moment even de gelukkigste mens van de wereld voel; eén met de natuur en trots op de prestatie die ik geleverd heb. Een vleugje ijdelheid erbij en de selfie staat op Facebook.

Bij het tekenen heb ik die behoefte om te delen veel minder. Misschien wil ik liever niet teveel in de keuken laten kijken. Op Facebook laat ik daarom alleen werk zien dat af is: illustraties die klaar zijn en nieuwe boeken die uitkomen. Als er toch behoefte is aan meer selfies tijdens het tekenen, dan hoor ik dat graag. Wie weet zie ik er het nut van in. :-)

 'Kodo, de weg van de boog’, Bert Kouwenberg & Mark Janssen, Clavis
‘Kodo, de weg van de boog’, Bert Kouwenberg & Mark Janssen, uitgeverij Clavis

Kodo, de weg van de boog

Welke prestatie ik nog eens wil leveren? Op illustratief gebied zou ik nog wel eens aan een heel groot project willen werken, waarvoor veel tijd beschikbaar is. Binnenkort verschijnt Kodo, de weg van de boog, een omvangrijk project dat heel bijzonder was om te maken. Ik heb er maanden aan gewerkt – zonder subsidie en zonder uitgever – puur om helemaal vrij te zijn in doen en laten. Dat is gelukt en het resultaat mag er volgens mij zijn. Dit boek wordt zeker een opstap naar meer van dit soort unieke uitdagingen. Ik verheug me er alvast enorm op.’

OOK IN DEZE SERIE
Vijf vragen aan Margriet van Noort