Schrijven kinderboekenschrijvers betere boeken dan kinderboekenschrijfsters?

Share

In dagblad Trouw van zaterdag 26 mei 2012 staat het artikel van recensent Julie Phillips ‘Hoe bespreek je boeken van vrouwen?’ Zij betrapt zichzelf erop dat ze boeken van vrouwen weinig aantrekkelijk recenseert voor mannelijke lezers. Als het over zwangerschap, vrouwelijke seksualiteit en dergelijke gaat haken mannen af.

Mannen willen belangrijke boeken lezen en boeken van mannelijke schrijvers lijken meer status te hebben. Zelfs als ze gaan over relaties, de dood van hun kind of kleine dingen dicht bij huis, winnen deze boeken blijkbaar sneller een prijs dan boeken van vrouwen over vergelijkbare thema’s. Misschien wordt dan sneller gedacht dat het een persoonlijk verslag is in plaats van Grote Literatuur? Vrouwen lezen boeken over mannenthema’s, maar boeken over specifieke vrouwenthema’s trekken daarentegen nauwelijks mannelijke lezers. Julie vraagt zich af of recensenten bij deze boeken minder de nadruk zouden moeten leggen op die vrouwelijke thema’s en meer wijzen op de spanning, sociale kritiek, vlijmscherpe formuleringen en actie? Daarnaast moeten ze benadrukken dat het een belangrijk boek is van een belangrijke schrijfster: dan lezen mannen het wel. Julie beschrijft ook de schrijfster Alice Sheldon, die onder het mannelijk pseudoniem James Tiptree Jr. wel een mannelijk lezerspubliek wist te bereiken.

Hoe zit het met kinderboeken?

Na het lezen van Julies artikel vroeg ik me af of kinderboekenschrijfsters ook moeite hebben jongens te bereiken en minder serieus genomen worden door recensenten.
Als ik denk aan grote, belangrijke kinderboekenschrijfsters, schieten mij vooral vrouwennamen te binnen, zoals Annie M.G. Schmidt, Adstrid Lindgen en Thea Beckman. Is het in de volwassen literatuur zo dat de meeste recensies aan boeken van mannen worden gewijd (Arjen Fortuin turfde dat 5 van zijn 28 recensies een boek van een vrouw betrof), bij kinderboekenrecensies merk ik dat niet echt. Vrouwen staan blijkbaar hun mannetje in de kinderliteratuur.

Jongensboeken en meisjesboeken

En hoe zit het met de kinderen? Lezen jongens voornamelijk boeken van kinderboekenschrijvers en meisjes boeken van kinderboekenschrijfsters? Ik vroeg het aan mijn zoon. ‘Nee. Ik vind alleen wel dat een vrouw soms jongens beschrijven op een manier die niet echt klopt.’ Maar verder maakt het hem dus niet uit en merkt hij er weinig van. Ik denk dat dat voor de meeste kinderen geldt. Zowel jongens als meisjes houden van spannende boeken en deze mogen best door een vrouw geschreven zijn. Denk maar aan Harry Potter van Joanne Rowling. Ook Anna Woltz en Carry Slee schrijven spannende boeken, die graag door jongens gelezen worden.

Schrijven kinderboekenschrijvers en kinderboekenschrijfsters dezelfde boeken?

Zowel mannen als vrouwen schrijven spannende jeugdboeken. Ook ‘gevoelige’ boeken worden door zowel door mannen als vrouwen geschreven. Ik denk bijvoorbeeld aan Madelief en Polleke van Guus Kuijer, Achtste-groepers huilen niet van Jacques Vriens of Ziek van Gideon Samson. Internationaal denk ik aan Gebroken soep van Jenny Valentine.
Daarnaast zijn er de échte meidenboeken, zoals Izzy Love van Manon Sikkel en Hoe overleef ik… van Francien Oomen. Mij is geen mannelijke schrijver van chicklits bekend.

Los hiervan worden kinderboekschrijvers sowieso veel minder serieus genomen dan auteurs van volwassen fictie, zoals Ted van Lieshout ook opmerkt zijn artikel ‘Na, Mijn meneer.’ Misschien is het in zo’n weinig prestigieus en pretentieus genre niet zo raar dat er geen statusverschil bestaat tussen kinderboekenschrijvers en kinderenboekschrijfsters?

4 Reacties

  1. Dag Mirjam, dat is precies wat ik bedoel!
    Julie Phillips merkt dus dat ze erg moet oppassen met het benoemen van vrouwenthema’s in haar recensies, omdat mannen het anders niet willen lezen. In dit geval zou een kinderboekenresencent K3 beter niet kunnen noemen, want dan lezen jongens het boek niet. Terwijl het een heel leuk boek voor ze kan zijn.
    De titel van mijn blog was misschien niet gelukkig gekozen, maar het is lastig in één korte zin de essentie aan te geven.

  2. Mijn ervaring bij het bespreken van een verhaal in groep 4: Ik vroeg of de kinderen het een verhaal voor jongens, meisjes of beiden vonden. Voor meisjes, vond iedereen. In het verhaal werd namelijk één keer, in een bijzin, de naam K3 genoemd. (Hun muziek wordt als typische meisjesmuziek beschouwd). Volgens alle kinderen was het verhaal daardoor alleen geschikt voor meisjes, ook al was de rest van het verhaal sekseneutraal. De jongens zouden er niet over piekeren zo’n verhaal vrijwillig te lezen, verzekerden ze mij. Bij stukjes over verliefdheid of mode zouden ze zeker ook meteen afhaken. Omgekeerd stoorden de meisjes zich doorgaans niet aan jongensthema’s. Die vonden ze ook moeilijk te benoemen. Voetbal, bijvoorbeeld, had ook best de interesse van de meisjes, dat vonden ze geen jongensthema. En een stukje over auto’s of dino’s zou hen ook niet altijd afschrikken.
    Ik kon mijn oren bijna niet geloven, maar de dames en heren waren niet van hun mening af te brengen.
    Uiteraard gaat dit fenomeen alleen over de inhoud van een boek/verhaal en niet over de kwaliteit van een schrijver of schrijfster. Maar ik denk wel dat dit verschijnsel het helaas extra moeilijk maakt om jongens voor boeken te interesseren, ook boeken die door de auteur als sekseneutraal worden beschouwd.

  3. Eens met alles wat Peter te Riele zegt. Maar daarbovenop is de beoordeling van (het werk van) vrouwen in het algemeen ook nog steeds net wat anders dan die van mannen. Ik ben groot fan (en uitgever, disclaimer :-)) van het werk van Anna Fels. Uit haar boek een citaat van een onderzoeksverslag:

    “Twee groepen mensen werden uitgenodigd hun oordeel te geven over een aantal zaken, zoals artikelen, schilderijen, curricula en dergelijke. De ene groep kreeg te horen dat een bepaald voorwerp door een man was vervaardigd, terwijl de andere groep dacht dat de maker een vrouw was. Alle voorwerpen, ongeacht welke, werden hoger gewaardeerd wanneer ze aan een man werden toegeschreven dan wanneer ze aan een vrouw werden toegeschreven. In alle onderzoeken bleek dat vrouwelijke beoordelaars, net als de mannelijke, in het algemeen de voorwerpen waarvan ze dachten dat het door een vrouw gemaakt was, lagere cijfers gaven.” (Uit Vrouwen & Ambitie, Anna Fels)

  4. Interessante vraag. Volgens mij zijn alle goede schrijvers vooral gekenmerkt door hun eigenheid en daarbij speelt geslacht slechts een kleine rol. In het algemeen doen schrijvers niet onder voor schrijfsters of omgekeerd. Veel heeft te maken met genre, onderwerp, doelgroep, doel, smaak, taal, cultuur.
    Kortom: een goede schrijver is vooral eigen(v)aardig waardoor hij/zij boven de massa weet uit te stijgen met verrassend literair werk.

Geef een reactie